Kerstmis

Introductie: (15 minuten)

Je gaat vertellen wat kerst is, wat het inhoud vooral. Waarom we het vieren en wat er dan gebeurt is. Zodat de kinderen beseffen waarom ze een kerstboom in huis hebben en waarom het z’n speciale dag is.

Na de uitleg van kerstmis, ga je samen met groep 7 de kerstboom in de klas versieren.

Theorie opdracht: (45 minuten)

De kinderen kiezen uit een van de onderwerpen wat met kerstmis heeft te maken en gaan samen in tweetallen het onderwerp onderzoeken. Ze gaan dan met z’n tweeën achter de computer en vertellen in word iets over het onderwerp.

Onderwerpen zijn:

- De kerstboom

- De Kerstman

- Maria

- Kerstspel

- Jozef

- De drie koningen

Of ze mogen zelf ook onderwerpen bedenken.

Maar natuurlijk in overleg met de leraar.

Creatieve opdracht: (1 uur)

Bij het onderwerp wat de leerlingen hebben gekozen gaan ze een mooie tekening maken.

Op A3 formaat papier. Ze mogen met potloden, stiften, verf, plakken en knippen.

 Het laatste kwartier moet de klas alles opruimen en weer netjes gaan zitten.

Taalopdracht: (1.30 uur)

De kinderen gaan een affiche maken voor het kerstdiner. Op het affiche moet kort staan:

·         Wat?

·         Wanneer?

·         Waar?

·         Waarom?

Ze mogen ze zo mooi mogelijk maken. Ook mogen ze deze opdracht alleen of met z’n tweeën doen, maar wel in overleg met de leraar. Als de affiches klaar zijn worden ze in school ophangen.

Rekenopdracht: (15 min)

Breuken:

Het is kerst en de hele familie komt.

Je moeder heeft 2 taarten gekocht, 1 appeltaart en 1 slagroomtaart.

Er komen 14 mensen. Je moeder heeft de taarten om 17.00 uur gekocht.

·         Je oma en opa zijn als eerst. Je oma wilt 1 stuk appeltaart en je opa wilt 1 stuk slagroomtaart. Hoeveel is er nog over van bij de taart? Zet het in een breuk!

·         Daarna zijn oom en tante gearriveerd samen met 2 nichtjes. Zij komen rond 19.30 uur. Oom en tante willen allebei een slagroom. Een nichtje hoeft niks en de andere neemt ook nog een slagroom. Hoeveel is er van beide taarten nog over? Zet het in een breuk!

·         Je andere opa en oma zijn als laatste. Ze kwamen rond 21.00 uur. Er waren toen nog 4 stukken appeltaart en 1 slagroomtaart. Hoeveel is er in de tussen tijd opgegeten?

(Er horen 2 ronden vormen bij met elk 8 stukken)